ECLI:NL:PHR:2004:AR3257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering draagkracht bij boeteoplegging
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een geldboete van €1250,- wegens het niet voldoen aan een verplichting mee te werken aan een onderzoek naar rijden onder invloed. Tevens werd een rijontzegging opgelegd. De verdachte voerde aan dat zijn draagkracht onvoldoende was vanwege een WAO-uitkering van circa €700,- en een lening, en dat het hof onvoldoende op dit draagkrachtverweer had gereageerd.
Het hof had bij de strafoplegging slechts summier verwezen naar art. 24 Sr Pro en de ernst van het feit en de persoon van de verdachte, zonder een gemotiveerde reactie op het draagkrachtverweer. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet voldoet aan de motiveringseisen van art. 359, vijfde lid, Sv en art. 24 Sr Pro, die expliciete en gemotiveerde beantwoording van het draagkrachtverweer vereisen.
Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling van de strafoplegging, waarbij het hof ambtshalve de draagkracht van de verdachte moet betrekken in haar motivering.
Uitkomst: Arrest vernietigd wegens onvoldoende motivering draagkracht bij boeteoplegging en zaak verwezen voor nieuwe strafoplegging.