ECLI:NL:PHR:2004:AR2942

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01443/03 P
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 511i Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in ontnemingszaak wegens gebrek aan rechtsmiddel

In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij beslissing van 3 februari 2003 aan betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 1.438,- aan de Staat, subsidiair 45 dagen hechtenis.

Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen deze ontnemingsmaatregel. De ingediende cassatieschriftuur bevatte klachten die echter uitsluitend betrekking hadden op de veroordeling in de hoofdzaak en niet op de ontnemingsuitspraak zelf.

De Hoge Raad overweegt dat een cassatiemiddel slechts kan bestaan uit een duidelijke klacht over de bestreden uitspraak zelf. Klachten gericht tegen de hoofdzaak kunnen niet als cassatiemiddel tegen de ontnemingsuitspraak worden aangemerkt. Daarom verklaart de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de ontnemingsmaatregel.

Deze beslissing benadrukt het belang van het juiste rechtsmiddel en de juiste procedure bij cassatie in ontnemingszaken, waarbij klachten tegen de hoofdzaak niet in de ontnemingsprocedure kunnen worden ingebracht.

Uitkomst: Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in cassatieberoep tegen ontnemingsmaatregel.

Conclusie

Nr. 01443/03 P
Mr Machielse
Zitting 21 september 2004
Conclusie inzake:
[verdachte=betrokkene]
1. Aan verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij beslissing van 3 februari 2003 de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.438,- subsidiair 45 dagen hechtenis.
2. Namens verdachte heeft mr A.H.P. Swinkels, advocaat te Helmond, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr G. Spong, advocaat te Amsterdam, een schriftuur houdende een als middel van cassatie aangeduide klacht ingediend.
3.1 De in de schriftuur aangevoerde klachten hebben alle betrekking op de veroordeling van verzoeker in de hoofdzaak. In de hoofdzaak heeft het hof verzoeker eveneens bij arrest van 3 februari 2003 veroordeeld. Tegen dat arrest is beroep in cassatie ingesteld. Mr Spong heeft ook in die zaak een schriftuur ingediend.
3.2 Als cassatiemiddel kan slechts worden aangemerkt een stellige en duidelijke klacht over de schending van een rechtsregel of een vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De in de schriftuur vermelde klachten zijn niet gericht tegen de bestreden uitspraak maar tegen de uitspraak van de strafrechter in de hoofdzaak. De klachten kunnen dus niet als middel van cassatie gelden. Dat betekent dat verzoeker niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.(1),(2)
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR 14 januari 2003, nr. 00016/02P.
2 In geval van vernietiging van het arrest van het hof in de hoofdzaak komt eventueel art. 511i Sv in beeld, vgl. HR NJ 1999, 76 en HR NJ 2001, 552.