ECLI:NL:PHR:2004:AR2387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt eigendoms- en gebruiksrechten op maatwerkprogrammatuur en afgifte broncodes
In deze zaak staat centraal de vraag of Borderless Data Transfer B.V. (voorheen Automatiseringscentrum B.V.) op 2 september 1994 in digitale vorm over de broncodes van maatwerkprogrammatuur beschikte die zij in 1985 aan [verweerster] leverde. [Verweerster] vorderde afgifte van deze broncodes op diskette om onderhoudswerkzaamheden door derden mogelijk te maken. De rechtbank en het hof oordeelden dat Borderless en [eiser 2] gehouden waren de broncodes in digitale vorm te verstrekken.
Borderless en [eiser 2] voerden in cassatie aan dat het niet redelijk was te verwachten dat zij de broncodes na 9 à 10 jaar nog digitaal zouden bewaren en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het bewijsaanbod over het ontbreken van digitale broncodes was verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat Borderless op 2 september 1994 in digitale vorm over de broncodes beschikte en dat het bewijsaanbod te vaag was. Tevens bevestigde de Hoge Raad dat het verlies van de broncodes na die datum in de risicosfeer van Borderless ligt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde daarmee het arrest van het hof. Er werden geen vragen gesteld die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De uitspraak bevestigt de eigendoms- en gebruiksrechten op maatwerkprogrammatuur en de verplichting tot afgifte van broncodes in digitale vorm onder de gegeven omstandigheden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.