ECLI:NL:PHR:2004:AR2108
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping noodweerexces en vermindert strafoplegging bij meervoudige doodslag
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf voor meervoudige doodslag en toegewezen schadevergoedingen aan drie benadeelde partijen, terwijl een vierde partij niet-ontvankelijk werd verklaard. Verdachte stelde cassatie in met negen middelen, waaronder motieven tegen de verwerping van het noodweer(exces)verweer en de ontvankelijkheid van de vorderingen.
De Hoge Raad oordeelt dat de termijn voor het instellen van cassatie met veertien dagen is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De overige middelen, waaronder de motieven tegen de verwerping van het noodweer(exces)verweer, falen omdat het hof terecht oordeelde dat de feiten die het noodweerexces zouden rechtvaardigen onvoldoende aannemelijk zijn. De Hoge Raad benadrukt dat het hof terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van verdachte's relaas, met name over de eerste aanval, de angst voor de hond en de belemmering om de woning te verlaten.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat het hof niet hoefde te reageren op het verweer van eigen schuld van de slachtoffers, omdat dit verweer samenvalt met het verworpen noodweerexcesverweer. Ook het bezwaar tegen de ontvankelijkheid van de vordering van de erven wegens vermeende groepsvordering wordt verworpen op basis van de wettelijke bepalingen.
Ten aanzien van de schadevergoedingen heeft het hof aan drie benadeelde partijen bedragen toegekend voor begrafeniskosten en gedenkstenen, terwijl overige vorderingen niet ontvankelijk werden verklaard en bij de burgerlijke rechter moeten worden ingediend. De verdachte is veroordeeld tot betaling van kosten voor rechtsbijstand en tenuitvoerlegging.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof alleen voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de straf, terwijl de veroordeling en overige beslissingen in stand blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof alleen voor de strafoplegging en verminderde de straf, terwijl de veroordeling en schadevergoedingen in stand bleven.