ECLI:NL:PHR:2004:AQ8489
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking ontnemingsmaatregel tot persoonlijk genoten wederrechtelijk voordeel bij mededaders
In deze zaak stond de vraag centraal of bij meerdere daders de ontnemingsmaatregel ter zake van wederrechtelijk verkregen voordeel hoofdelijke aansprakelijkheid kan omvatten, of dat deze maatregel beperkt moet blijven tot het deel dat daadwerkelijk in het vermogen van de veroordeelde is gevloeid.
Het hof had een gezamenlijk voordeel van € 859.197,94 vastgesteld, verminderd met vorderingen tot € 838.324,05, en deze gehele som aan iedere mededader opgelegd met de bepaling dat betaling door een mededader bevrijdend werkt voor de anderen. De Hoge Raad stelt echter dat de maatregel beperkt moet blijven tot het persoonlijk genoten voordeel van de veroordeelde, omdat de strafrechtelijke maatregel een hoogstpersoonlijk karakter heeft.
De conclusie wijst op het belang van een nauwkeurige vaststelling welk deel van het voordeel aan de veroordeelde persoonlijk kan worden toegerekend. Hoofdelijke aansprakelijkheid past niet bij de ontnemingsmaatregel, in tegenstelling tot de schadevergoedingsmaatregel waar hoofdelijkheid wel kan spelen. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde beoordeling van het persoonlijk toe te rekenen voordeel en de betalingsverplichting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor vaststelling van het persoonlijk toe te rekenen wederrechtelijk voordeel en nieuwe beslissing over de betalingsverplichting.