ECLI:NL:PHR:2004:AQ7387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontheffing ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid moeder bij langdurige uithuisplaatsing
De zaak betreft het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over haar dochter, die sinds 1999 langdurig in een pleeggezin verblijft. De moeder was niet in staat haar opvoedingsplicht te vervullen en verzette zich structureel tegen de uithuisplaatsing en hulpverlening.
De rechtbank en het hof wezen het verzoek tot beëindiging van de uithuisplaatsing af en stelden de ontheffing van het gezag vast, mede gelet op het ontbreken van een perspectief op terugkeer en de negatieve effecten van voortdurende onzekerheid door jaarlijkse verlenging van de ondertoezichtstelling. De dochter was in het pleeggezin goed geïntegreerd en wilde daar blijven.
De moeder stelde in cassatie dat zij zich neerlegde bij de plaatsing en dat voortzetting van de ondertoezichtstelling voldoende bescherming bood. De Hoge Raad oordeelde dat de moeder geen bestendige bereidheid toonde en dat het belang van het kind bij een stabiele opvoedingssituatie in het pleeggezin zwaarder woog dan het belang van de moeder. De ontheffing was daarom terecht en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder tegen de ontheffing van haar ouderlijk gezag over haar dochter wordt verworpen.