ECLI:NL:PHR:2004:AQ3710
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende feitelijke omschrijving tenlastelegging kinderporno
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam bij arrest van 1 oktober 2003 het vonnis van de rechtbank Utrecht bevestigd waarbij de dagvaarding nietig werd verklaard wegens onvoldoende feitelijke omschrijving van de tenlastelegging. Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad oordeelt dat de aanzegging van het cassatieberoep niet persoonlijk aan verdachte is betekend, maar dat uit een schriftelijke mededeling van de advocaat kan worden afgeleid dat verdachte bekend was met het cassatieberoep, waardoor behandeling door de Hoge Raad mogelijk is.
De kern van het geschil betreft de vraag of de tenlastelegging, die betrekking heeft op het bezit en verspreiding van afbeeldingen van seksuele gedragingen van minderjarige personen, voldoende feitelijk is omschreven in de dagvaarding. Het hof had geoordeeld dat de omschrijvingen te algemeen waren en daardoor niet voldeden aan de eisen van artikel 261 Sv Pro. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat termen als "afbeelding van een seksuele gedraging" onvoldoende feitelijke betekenis hebben zonder nadere inhoudelijke aanduiding.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof ten onrechte de gehele tenlastelegging nietig heeft verklaard, terwijl sommige onderdelen wel nadere feitelijke aanduidingen bevatten, zoals het expliciet weergeven van ontblote geslachtsdelen en seksuele handelingen. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep, waarbij de tenlastelegging in overeenstemming met de wettelijke eisen moet worden gebracht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende feitelijke omschrijving van de tenlastelegging.