ECLI:NL:PHR:2004:AP8365
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt taakstraf voor opzettelijk bezit van xtc-pillen ondanks zwaardere straf dan gevorderd
Verzoekster werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren wegens opzettelijk bezit van elf xtc-pillen, een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet, in de periode mei tot september 2001.
De advocaat-generaal had een lichtere straf gevorderd dan het hof oplegde. Verzoekster stelde in cassatie dat het hof in strijd met art. 359, zevende lid Sv, niet had gemotiveerd waarom het een zwaardere straf oplegde dan gevorderd en dan in eerste aanleg was opgelegd.
De Hoge Raad oordeelt dat voor de toepassing van art. 359, zevende lid Sv beslissend is de kwalificatie van het strafbare feit en het strafmaximum, niet de concrete ernst zoals uit de bewezenverklaring blijkt. Het hof hoefde niet te motiveren waarom het een zwaardere straf oplegde dan gevorderd of dan in eerste aanleg was bepaald. Richtlijnen van het Openbaar Ministerie binden de rechter niet en hoeven niet gemotiveerd te worden gevolgd.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de taakstraf van 100 uren gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De taakstraf van 100 uren voor opzettelijk bezit van xtc-pillen wordt gehandhaafd.