ECLI:NL:PHR:2004:AP5910
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking tariefvermindering verontreinigingsheffing voor private biologische zuiveringsinstallaties niet in strijd met gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, een bedrijf dat agrarisch-chemische producten vervaardigt, maakte bezwaar tegen een aanslag verontreinigingsheffing die deels gebaseerd was op effluent van haar eigen biologische zuiveringsinstallatie. Zij stelde dat de tariefvermindering van 50% voor biologische zuiveringsinstallaties, zoals bedoeld in artikel 19a lid 4 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo), onterecht werd beperkt tot installaties beheerd door openbare lichamen (rwzi's). Volgens belanghebbende was sprake van gelijke gevallen en was de regeling in strijd met het gelijkheidsbeginsel en internationale verdragsbepalingen.
Het Hof verwierp het beroep primair omdat het afvalwater van belanghebbende niet als huishoudelijk afvalwater kon worden aangemerkt en omdat de tariefvermindering volgens de wetsgeschiedenis alleen geldt voor rwzi's die afvalwater uit gemeentelijke rioleringen zuiveren. Subsidiair oordeelde het Hof dat er objectieve en redelijke rechtvaardigingen zijn voor het onderscheid, zoals dubbele kosten voor lozers via rwzi's, het risico van verlegging van lozingspunten en de positie van de eigenaar als feitelijke vervuiler.
De Hoge Raad bevestigt dat rwzi's en private biologische zuiveringsinstallaties niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd, mede vanwege de verschillende taakopvattingen en beheersposities. De wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij het maken van fiscale onderscheidingen en heeft deze niet overschreden. De middelen van belanghebbende tot vernietiging van het oordeel van het Hof worden verworpen.
De uitspraak benadrukt de rol van de wetgever bij het bepalen van fiscale regelingen en het belang van het voorkomen van verlegging van lozingspunten die tot verlies van rijksinkomsten kan leiden. De tariefvermindering blijft beperkt tot rwzi's in beheer bij openbare lichamen, en de aanslag van belanghebbende blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de beperking van de tariefvermindering tot rwzi's beheerd door openbare lichamen.