1 Artikel 19a, lid 4 Wvo betreft de tekst van 1997. Zie voor de regeling vanaf 1 januari 2001 artikel 24, lid 2 Wvo, Stb. 2000, 135, Stb. 2000, 264.
2 HR 13 oktober 1982, nr. 21 237, BNB 1983/3, HR 13 oktober 1982, nr. 21 253, BNB 1983/4, met noot van P. den Boer.
3 Zie R.H. Happé, Drie beginselen van fiscale rechtsbescherming, Kluwer, Deventer, 1996, blz. 297.
4 Zie L.A. de Blieck, P.J. van Amersfoort, J. de Blieck, E.A.G. van der Ouderaa, R.J. Koopman, Algemene wet inzake rijksbelastingen, Fed, Deventer, 1999, blz. 242, HR 9 juni 1982, nr. 21 096, BNB 1982/215, met noot van H.J. Hofstra.
5 Zie L.A. de Blieck e.a., a.w., blz. 242.
6 De wijze van zuiveren is in de onderhavige zaak niet in het geding. De zuiveringsinstallatie van belanghebbende zuivert op biologische wijze.
7 Kamerstukken II 1993/94, 23 492, nr. 3 (MvT), blz. 4-5.
8 Centraal Bureau Statistiek, Tabel betreffende de belasting op de niet-industriële rwzi's, periode 1991 t/m 2001, gesplitst in huishoudelijk- en industrieel afvalwater.
9 Kamerstukken II 1993/94, 23 492, nr. 5 (MvA), blz. 8-9.
10 Rapport van de Commissie Onderzoek Financieringsstelsel Waterbeheer, Financieringsstructuur integraal waterbeheer, Sdu, 's-Gravenhage, 1992, blz. 113.
11 Zie voor een bespreking van het rapport o.a. B. Sio, Enige kanttekeningen bij het rapport financieringsstructuur integraal waterbeheer (rapport-Zevenbergen), WFR 1992/6015, blz. 895-900.
12 Kamerstukken II 1987/88, 20 020, nr. 5 (behandeling van het rapport "Milieubeleid oppervlaktewateren), kamerstukken II 1987/88, 20 020, nr. 6 (motie Rienks) en kamerstukken II 1990/91, 21 250, nr. 15 (motie Van der Vaart, Reitsma).
13 Rapport van de Commissie Onderzoek Financieringsstelsel Waterbeheer, a.w., blz. 94-95.
14 Kamerstukken II 1993/94, 23 492, nr. 3 (MvT), blz. 4-5.
15 Rapport van de Commissie Onderzoek Financieringsstelsel Waterbeheer, a.w., blz. 92-93.
16 Kamerstukken II 1993/94, 23 492, nr. 3 (MvT), blz. 4-5.
17 Het viertal alternatieven dat door de Commissie in overweging werd genomen, is:
a. het handhaven van de huidige effluentheffing;
b. het volledig afschaffen van de effluentheffing;
c. het volledig afschaffen van de effluentheffing, maar invoeren van een waterkwaliteitsomslag door het Rijk;
d. het geven van een reductie van 50 percent op de effluentheffing.
Rapport van de Commissie Onderzoek Financieringsstelsel Waterbeheer, a.w., blz. 93-96.
18 In het kader van de parlementaire behandeling inzake de totstandkoming van de tariefvermindering van artikel 19a, lid 4 Wvo stelde een lid van de RPF-fractie de vraag waarom niet voor een meer voor de hand liggend alternatief, de beëindiging van de praktijk van het verleggen van lozingspunten in plaats van de invoering van de tariefvermindering, was gekozen. Daarop luidde het antwoord dat de Minister van Verkeer en Waterstaat in het kader van de Wvo geen adequaat instrument heeft om, in verband met de financiële overwegingen, eventuele verlegging van effluentlozingen van rwzi's naar oppervlaktewater in beheer van andere waterkwaliteitsbeheerders te voorkomen. Kamerstukken II 1993/94, 23 492, nr. 5 (MvA), blz. 8-9.
19 Rapport van de Commissie Onderzoek Financieringsstelsel Waterbeheer, a.w., blz. 92-93.
20 Zie E.I. van den Bos-Boomsma, A. van der Hoogt, J.E. Hulshof, Het heffingsstelsel: de vervuiler betaalt, Unie van Waterschappen (Bestrijding van de watervervuiling, vijfentwintig jaar Wvo), 's-Gravenhage, 1995, blz. 73, J.J. de Graeff, A. van der Hall, Van sectoraal naar integraal, Unie van de Waterschappen (Bestrijding van de watervervuiling, vijfentwintig jaar Wvo), 's-Gravenhage, 1995, blz. 256, kamerstukken II 1988/89, 20 435, nr. 10, blz. 2, Rapport van de Commissie Onderzoek Financieringsstelsel Waterbeheer, a.w., blz. 84.
21 Zie G.R.M. van Dijk, H.J.M. Havekes, Het vergunningstelsel en de algemene regels, Unie van Waterschappen (Bestrijding van de watervervuiling, vijfentwintig jaar Wvo), 's-Gravenhage, 1995, blz. 45, E.R. Dingemans,
J. Jelsma, De praktijk van de vergunningverlening, Unie van Waterschappen (Bestrijding van de watervervuiling, vijfentwintig jaar Wvo), 's-Gravenhage, 1995, blz. 173.
22 Zie A.J. te Veldhuis, De wet verontreiniging oppervlaktewateren en de lozingsverordening riolering, VUGA-Boekerij, 's-Gravenhage, 1979, blz. 51.
23 Uitgezonderd de situatie waarin de rwzi zichzelf toestemming geeft op grond van artikel 7, lid 1, onderdeel a Wvo.
24 Zie F.C.M.A. Michiels, De wet milieubeheer, Kluwer, Deventer, 2003, blz. 53, 54, Commissie Integraal Waterbeheer, Handboek Wvo-vergunningverlening, CUWVO, 1999, blz. 52.
25 Inzake de indirecte lozingen doen zich in de praktijk twee categorieën voor:
1. Indien via een werk van een gemeente, de gemeentelijke riolering, wordt geloosd op oppervlaktewater in beheer bij waterschap, provincie of het Rijk.
2. Indien via de gemeentelijke riolering wordt geloosd op een zuiveringsinstallatie van een openbaar lichaam, een rwzi beheerd door een waterschap of Hoogheemraadschap, welke vervolgens haar afvalwater loost op oppervlaktewater in beheer bij het Rijk.
Het gaat alhier om de tweede vorm van indirect lozen. Zie A.J. te Veldhuis, a.w., blz. 49, 59, 60.
26 Commissie Integraal Waterbeheer, a.w., blz. 53.
27 De indirecte lozingen zijn onder de Wm gebracht bij de Wet afvalwater van 2 november 1994, Stb. 798.
Rapport van de Evaluatiecommissie Wet Milieubeheer, Beheer van afvalwater, ECWM 2002/9, blz. 6, 14,
http://rechten.uvt.nl/ecwm/ecwm2002-9.htm
28 Zie Ch. Backes, Th.G. Drupsteen, P.C. Gilhuis, N.S.J. Koeman, Milieurecht, W.E.J. Tjeenk Willink, Deventer, 2001, blz. 149-178, F.C.M.A. Michiels, a.w., blz. 46-84, J.H.G. van den Broek, F.J.C.M. de Kok, A.P.M. Meulenberg, G.J. Niezen, De wet milieubeheer in bedrijf, Kluwer, Deventer, 1998, blz. 12-74, Commissie Integraal Waterbeheer, a.w., blz. 57-62, Th.G. Drupsteen, N.S.J. Koeman, Tekst & Commentaar Wet milieubeheer, Kluwer, Deventer, 1996, blz. 130-204, F.P.C.L. Tonnaer, Handboek van het Nederlands milieurecht, Lemma, Utrecht, 1994, blz. 590-654, E.N. Neurenburg, P. Verfaille, Schets van het Nederlands milieurecht, Samsom H.D. Tjeenk Willink, Alphen aan den Rijn, 1995, blz. 234-264.
29 Zie Ch. Backes e.a., a.w., blz. 153, Th.G. Drupsteen e.a., a.w., blz. 131.
30 Zie in dit kader tevens de door Gilhuis gegeven definitie van een inrichting:
(...)"...een verzamelnaam voor een veelheid van stationaire activiteiten van enige duur of
regelmaat binnen een bepaalde begrenzing die uit milieuhygïenisch oogpunt de nodige bedenkingen kunnen opleveren."(...) Zie Ch. Backes e.a., a.w., blz 152.
31 Stb. 1993, 50.
32 De competentie van de burgemeester en wethouders strekt zich uit tot de inrichtingen die in bijlage I van het Ivb zijn opgenomen, tenzij gedeputeerde staten in die bijlage voor een bepaalde (sub)categorie zijn aangesteld. Zie Ch. Backes e.a., a.w., blz. 154.
33 Zie Th.G. Drupsteen e.a., a.w., blz. 193, kamerstukken II 1992/93, 21087, nr. 3, blz. 39.
34 Kamerstukken II, 1992/93, 21087, nr. 3, blz. 37.
35 Stb. 1996, 45.
36 Stb. 1983, 577, Stb. 1990, 598.
37 Zie o.a. Ch. Backes e.a., a.w., blz. 171, Th.G. Drupsteen e.a., a.w., blz. 178, 179, F.C.M.A. Michiels, a.w., blz. 53-57.
38 Het betreft de eerste vorm van indirect lozen, zie noot 25.
39 Unie van Waterschappen, model-Aansluitverordening waterschap, 's-Gravenhage, 1996, blz. 1-18, J.B.J.M. ten Berge, W. Konijnenbelt, A.J. Modderkolk, J.J.T. Verburg, Provincie-, Gemeente- en Waterschapswet, Kluwer, Deventer, 1994, blz. 700, 701, Commissie Integraal Waterbeheer, a.w., blz. 162-163.
40 Het waterschap kan aan de hand van de Model-Aansluitverordening waterschap de eigen verordening, mogelijk aangepast aan de specifieke eisen en omstandigheden, opstellen. Zie E.I. van den Bos-Boomsma, M.G.C.M. Castelijns, H.J.M. Havekes, W.G.M. Heldens, I. Poortvliet, De waterschapswet, W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle, 1995, blz. 231.
41 Zie voor meer informatie inzake het verlenen van verordeningen onder meer S.J. Fockema Andrea, a.w., blz. 119-122, H.J.M. Havekes, W.R. van Heemst, O. van der Heide, J.T. van der Wal, Het waterschap in kort bestek, VUGA, 's-Gravenhage, 1994/1995, blz. 31-32, J.H. van Gelderen, Waterschapslasten (diss. Utrecht), Shaker Publishing, 1999, blz. 93-95, 199-203, 239-241.
42 Unie van Waterschappen, model-Aansluitverordening waterschap, s-Gravenhage, 1996, blz. 2.
43 Het betreft een algemene weergave van het vergunningstelsel. Zie voor een meer gespecificeerde weergave Commissie Integraal Waterbeheer, a.w., blz. 169-170.
44 Kamerstukken II 1993/94, 23 492, nr. 5 (MvA), blz. 8-9.
45 HR 12 september 1990, 26 397, BNB 1991/15, r.o. 4.5, met conclusie van A-G Moltmaker, HR 6 oktober 1993,
27 825, BNB 1993/332, r.o. 4.2, met conclusie van A-G Moltmaker, HR 6 oktober 1993, 27 841, BNB 1993/333,
r.o. 4.2, HR 6 oktober 1993, 28 460, BNB 1993/334, r.o. 4.2, met conclusie van A-G Moltmaker, HR 1 maart 1995,
28 866, BNB 1995/174, r.o. 3.5, met noot van J. Brunt.
46 Bij de totstandkoming van de Wvo speelde deze regulerende nevenwerking geen belangrijke rol. Zie de MvT waarin werd opgemerkt, dat: