ECLI:NL:PHR:2004:AP4177
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens afstand van appèl
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter wegens valsheid in geschrift. Verdachte stelde dat hij ten onrechte werd geacht afstand te hebben gedaan van het recht op hoger beroep en verzocht om het horen van getuigen, waaronder de politierechter, officier van justitie en griffier, om dit te toetsen.
Het hof oordeelde dat verdachte inderdaad afstand had gedaan van het hoger beroep, gelet op zijn eigen verklaring ter terechtzitting van de politierechter en de processtukken. Het hof wees het verzoek tot het horen van getuigen af, stellende dat het proces-verbaal van de terechtzitting en de verklaringen van betrokken professionele procesdeelnemers voldoende waren om vast te stellen dat afstand was gedaan.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat verdachte, als jurist, de vraag van de politierechter om afstand te doen van hoger beroep niet anders kon interpreteren dan als een ondubbelzinnige afstand. Het verzoek tot het horen van getuigen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van belang, aangezien getuigen slechts kunnen verklaren over wat ter terechtzitting is voorgevallen en niet over interpretaties daarvan.
De Hoge Raad wijst ook op de bijzondere waarborgen rond het proces-verbaal van de terechtzitting, dat in beginsel leidend is bij de beoordeling van wat ter zitting is voorgevallen. Het beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens afstand van appèl.