28. Het Hof heeft de opgelegde straf als volgt gemotiveerd:
"De advocaat-generaal mr. Haverkate heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte van het primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en terzake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijfentwintig dagen, met aftrek van voorarrest, met afwijzing van de vordering van de benadeelde partij.
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Het hof heeft, uit de verklaringen van de verdachten afleidend dat zij veel verbergen en zonder veel acht te slaan op de verklaringen van de dronken en plichtverzakende kantinebeheerder die het hof ongerijmd voorkomen, de volgende gang van zaken uit de verklaringen en andere gegevens afgeleid als de meest waarschijnlijke.
Ter gelegenheid van de 50-jarige verjaardag van een hunner werd er voor en door de familie [van verdachte] en enige zeer goede vrienden een groot familiefeest gegeven waar wel zo'n honderd genodigden aanwezig waren. Deze personen kenden elkaar allemaal.
Op het verjaardagsfeest begaven de geluidsboxen van de ingehuurde muziekmensen het, waarna [betrokkene 1] en anderen met eigen apparatuur de situatie kwamen redden, zo goed dat de jarige, die eerst alleen een achtergronddreun had gehoord, na tweeën muziek hoorde.
De muziekgroep heeft desverzocht een uur langer doorgewerkt dan afgesproken, maar weigerde om 5 uur 's ochtends om nog langer door te gaan.
Dit wekte grimmigheid op bij de feestende familie. Al gauw heeft de muziekgroep onder dreiging het ontvangen voorschot van f. 250,- teruggegeven en kreeg die te verstaan dat er over de afgesproken vergoeding van f. 750,- op de maandag daarna eerst gepraat moest worden. In een dreigende sfeer pakte de muziekgroep zijn spullen en bracht die naar zijn busje. Toen zij gepakt hadden, zijn de leden van de muziekgroep, hopend op een greintje redelijkheid bij de organisatoren, van hun busje naar de deur van het clubhuis waar gefeest was gelopen, een korte afstand, om de afgesproken vergoeding te vragen. Deze vraag werd beantwoord met bedreigingen en een eerste klap, van de verdachte [medeverdachte 1], die toen met nog een vijftiental feestgangers voor die deur stond.
Toen de muziekgroep daarop wegvluchtte, deels per auto en vijf man richting busje, is een van dezen tegen de vlakte geslagen nog voor hij het busje bereikte, is hij met twee anderen in het busje gaan zitten en bleven twee man buiten om, door een hek te openen en ruimte te maken, de aftocht van het busje vrij te maken.
Een vijftiental feestvierders poogde dat te beletten door voor en achter het busje te gaan staan en tegen het busje te schoppen, terwijl ook iemand het portierraam bij de chauffeur insloeg.
Het busje met inzittenden en kostbare apparatuur was toen in groot gevaar evenals de beide buiten lopende leden van de muziekgroep.
Indien dezen toen, al dan niet zwaaiend met iets in de hand, zich hebben pogen te redden, wat niet vaststaat, is dat in de ogen van het hof niet meer dan noodzakelijke verdediging geweest tegen de losgeslagen bende vechtersbazen. Nadat het busje een uitweg had gevonden, stortte de meute, waaronder de verdachte, zich op het slachtoffer. Het slachtoffer is toen grof afgetuigd, geslagen en zelfs nog geschopt, toen hij al neergeslagen was. Daarna zag het slachtoffer kans om op te staan en weg te lopen, roepend dat hij niet meer kon. Toen hebben de feestgangers hem opnieuw gevloerd, geslagen en geschopt; zijn maat zag toen rennend de kans te ontkomen. Het slachtoffer is, vermoedelijk beide keren, getroffen met een honkbalknuppel die later naast hem is gevonden. Volgens een verklaring werd hij tenslotte nog twee keer licht geschopt door ex-feestvierders, die zo wilden nagaan of hij nog leefde. Hij is voor lijk achtergelaten en beroofd van gouden kettingen en van een grote som geld.
Onder de bedrijven door is ook de arm van de verdachte [medeverdachte 2] ernstig verwond, vermoedelijk per ongeluk met de honkbalknuppel waarmee een van zijn medestanders zwaaide. Zijn eigen lezing van de verwonding staat haaks op de meeste andere verklaringen. Geweld van de zijde van de muziekgroep is, in het licht van de verklaringen, van de getalsverhoudingen en van de niet bestreden verklaring van het slachtoffer dat hij geweld pleegt te mijden, onaannemelijk, afgezien van verdediging tegen de meute.
Het hof acht dit zinloze geweld van de feestvierders, dat van grote lafheid blijk geeft, een vijftiental mannen tegen twee, buitengewoon ernstig. Het slachtoffer is in levensgevaar gebracht, had blijkens zijn verklaring bij de rechter-commissaris een jaar later nog last van hoofdpijn, van zijn gehoor en van zijn geopereerde kaak en kon toen nog niet lichamelijk trainen. Hij leed nog steeds onder de gevolgen van de laaghartige aanslag, waarvan het hof met hem niet begrijpt dat die is gedaan omdat de daders de muziekgroep, die zich zeer had ingespannen, de afgesproken f. 750,- niet gunden.
Daar komt bij dat de verdachte zich niet om het slachtoffer heeft bekommerd, ter zitting niet heeft blijk gegeven de ernst van de wandaad in te zien, dat de groep van de daders de geroofde kettingen en het geroofde geld nog niet heeft teruggegeven en de verdachte zich niet heeft ontzien te proberen het slachtoffer een aandeel in de schuld aan de gebeurtenis in de schoenen te schuiven.
Hoewel sommige getuigen vooral bepaalde verdachten aanwijzen als deelnemers aan het geweld, zou een onderscheid naar gelang van ieders aandeel in de zware mishandeling zozeer afhangen van hetgeen in het halfduister toevallig is waargenomen, dat het hof het rechtvaardiger acht bij de strafoplegging uit te gaan van gelijke strafwaardigheid van iedere verdachte.
Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 26 maart 2002, meermalen is veroordeeld voor het plegen van misdrijven, hetgeen hem er kennelijk niet van weerhouden heeft het onderhavige feit te plegen.
Het hof is dan ook van oordeel dat alleen een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende reactie vormt.
Een zwaardere straf dan opgelegd zou passend zijn, ware het niet dat het tijdsverloop, dat tussen het instellen van het hoger beroep door de verdachte en dit arrest nodeloos lang heeft geduurd, het hof ertoe heeft gebracht de straf te matigen.
Het hof heeft een zwaardere straf opgelegd dan geëist, omdat het die oplegt voor een veel ernstiger feit dan gevorderd."