ECLI:NL:PHR:2004:AP2570
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen vrijwillige terugtred bij voorbereiding diefstal met geweld ondanks politieaanwezigheid
In deze zaak stond de vraag centraal of de verdachte vrijwillig was teruggetreden van de voorbereiding van een diefstal met geweld en/of afpersing vanwege de zichtbare aanwezigheid van politie op straat. Het hof had de verdachte vrijgesproken van medeplegen van voorbereiding, maar veroordeelde hem voor het voorhanden hebben van wapens en munitie.
De verdediging stelde dat de verdachte en zijn medeverdachte vrijwillig waren teruggetreden omdat zij zenuwachtig werden door de politie. De Hoge Raad oordeelde echter dat angst voor ontdekking door politie geen zelfstandige omstandigheid is die vrijwillige terugtred kan rechtvaardigen volgens art. 46b Sr. De Hoge Raad bevestigde dat het hof het verweer had moeten behandelen, maar dat het verwerpen ervan geen cassatiegrond oplevert.
Daarnaast verbeterde de Hoge Raad de bewezenverklaring door het ontbreken van het woord 'opzettelijk' te herstellen en corrigeerde de kwalificatie van het feit omdat medeplegen niet was bewezenverklaard. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het hofarrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verdachte blijft veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, geen sprake van vrijwillige terugtred.