ECLI:NL:PHR:2004:AP1668
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking bevoegdheid dierenartsassistenten tot toediening UDD-diergeneesmiddelen
De zaak betreft een geschil tussen de Nederlandse Vereniging voor Dierverloskundigen Dierenartsassistenten en Castreurs (NVDC c.s.) en de Staat der Nederlanden over de rechtmatigheid van een Wijzigingsbesluit dat de bevoegdheid van dierenartsassistenten beperkt om injecties met UDD-diergeneesmiddelen toe te dienen. De eisers vorderden een verklaring voor recht dat het besluit onrechtmatig is, intrekking daarvan en schadevergoeding.
De rechtbank wees de vorderingen af en het hof bekrachtigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat de wetgever met de Diergeneesmiddelenwet (Dgw) en het Wijzigingsbesluit terecht de bevoegdheid tot het toedienen van UDD-geneesmiddelen exclusief aan dierenartsen heeft toegekend vanwege de specifieke deskundigheid die daarvoor vereist is. De vermeende toezegging van compensatie aan dierverloskundigen werd niet bewezen geacht.
De Hoge Raad bevestigt dat het Wijzigingsbesluit een geoorloofde afstemming is tussen de Wud 1990 en de Dgw en dat de beperking van de bevoegdheid van dierenartsassistenten voorzienbaar was. Ook het betoog dat minder gekwalificeerde personen in bepaalde situaties wel UDD-geneesmiddelen mogen toedienen, leidt niet tot een schending van het gelijkheidsbeginsel. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van NVDC c.s. wordt verworpen en het Wijzigingsbesluit blijft ongewijzigd van kracht.