ECLI:NL:PHR:2004:AP1274
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beklag over niet-vervolging minister wegens dood door schuld
Klager diende bij het gerechtshof te 's-Gravenhage een beklag in over het niet vervolgen van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wegens dood door schuld. Hij stelde dat de minister onvoldoende aandacht had besteed aan het verzoek om persoonlijke beveiliging van de heer P. Fortuyn.
Het gerechtshof verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de Hoge Raad, die in eerste en laatste instantie kennis neemt van beklagen over niet-vervolging van ambtsmisdrijven gepleegd door ministers. De Hoge Raad oordeelde dat een strafvervolging tegen een minister alleen mogelijk is indien daartoe opdracht is gegeven bij Koninklijk Besluit of door de Tweede Kamer.
Omdat in deze zaak geen dergelijke opdracht was gegeven, werd klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag. Het horen van klager werd achterwege gelaten. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekte tot deze niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag wegens ontbreken van opdracht tot vervolging van de minister.