ECLI:NL:PHR:2004:AO9808
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid OM bij onjuiste transactie milieudelicten
In deze zaak stond centraal of het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden omdat het transactievoorstel aan verdachte hoger was dan de geldende richtlijn voorschreef. Verdachte ontving een transactievoorstel van fl. 11.000, terwijl volgens de richtlijn een bedrag van € 432 passend zou zijn geweest. Het hof verwierp dit verweer omdat het Transactiebesluit milieudelicten niet van toepassing was op het OM, dat een eigen tarieflijst hanteert.
Verdachte werd bewezenverklaard dat zij als beheerder van vijf koelinstallaties in de periode 1998-2001 niet voldeed aan de wettelijke verplichting om jaarlijks onderhoud en controle op lekdichtheid te laten uitvoeren. Dit was in strijd met artikel 6 van Pro de Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties 1997. De bewijsmiddelen bestonden uit het milieuproces-verbaal en controle van logboeken die geen jaarlijkse controles aantoonden.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep op niet-ontvankelijkheid faalde omdat het transactiebedrag van fl. 11.000 juist was berekend, inclusief het wederrechtelijk verkregen voordeel. Ook het bewijs van opzet werd als voldoende aangemerkt, ondanks het verweer dat controles mogelijk wel hadden plaatsgevonden maar niet in de logboeken waren geregistreerd. De klachten van verdachte werden verworpen en het beroep afgewezen.
Uitkomst: Het beroep op niet-ontvankelijkheid werd verworpen en de bewezenverklaring van opzettelijke overtreding bevestigd met een geldboete van € 2.500.