ECLI:NL:PHR:2004:AO9495

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C03/071HR
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 EEX-VerdragArt. 31 EEX-VerdragArt. 25 EEX-VerdragArt. 55 EEX-VerdragArt. 1 EEX-Verdrag
Verwijzingen
16 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling toepasselijkheid verzet tegen exequaturbeschikking onder EEX-Verdrag

In deze zaak heeft de vennootschap Deutsche Paracelsus Schulen für Naturheilverfahren GmbH (DPS) bij de Rechtbank Alkmaar verlof gevraagd tot tenuitvoerlegging van een Duits vonnis op grond van het EEX-Verdrag. De President van de Rechtbank verleende dit verlof. De tegenpartij, eiser tot cassatie, deed verzet tegen deze beschikking, maar werd door de Rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat de beschikking volgens de rechtbank niet vatbaar zou zijn voor verzet op grond van het oude Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de artikelen 985-991 Rv toepaste, aangezien deze niet van toepassing zijn op exequaturprocedures onder het EEX-Verdrag. In plaats daarvan is het rechtsmiddel van verzet geregeld in artikel 36 van Pro het EEX-Verdrag en de Uitvoeringswet EEX-Verdrag. De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.

De uitspraak bevestigt de exclusieve regeling van exequaturprocedures onder het EEX-Verdrag en benadrukt dat verzet tegen een exequaturbeschikking mogelijk is volgens de specifieke bepalingen van het verdrag en de uitvoeringswet. Dit arrest verduidelijkt de toepasselijke rechtsgang bij de tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen binnen de EU en verdragsstaten.

Uitkomst: Het verzet tegen de exequaturbeschikking is ontvankelijk en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.

Conclusie

Rolnr. C03/071HR
Mr L. Strikwerda
Zt. 14 mei 2004
conclusie inzake
[Eiser]
tegen
Deutsche Paracelsus Schulen für Naturheilverfahren GmbH
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij een op 21 juni 2000 ter griffie van de Rechtbank te Alkmaar ingekomen verzoekschrift heeft thans verweerster in cassatie, hierna: DPS, zich gewend tot de President van die Rechtbank en deze verzocht haar op de voet van het EEX-Verdrag (Verdrag van 27 september 1968, Trb. 1969, 101) verlof te verlenen het tussen haar als eiseres en thans eiser tot cassatie, hierna: [eiser], als gedaagde gewezen Versäumnisurteil d.d. 17 april 1998 van het Landgericht te Bielefeld (BRD) in Nederland ten uitvoer te leggen.
2. Bij beschikking van 17 juli 2000 heeft de President DPS het gevraagde verlof verleend.
3. Bij dagvaarding van 8 februari 2001 heeft [eiser] op de voet van art. 36 van Pro het EEX-Verdrag bij de Rechtbank te Alkmaar verzet gedaan tegen voormelde beschikking van de President. DPS heeft het verzet bestreden.
4. Bij vonnis van 31 oktober 2002 heeft de Rechtbank [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet. Daartoe heeft de Rechtbank overwogen dat
"de onderhavige beschikking van de President van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar ingevolge het bepaalde in artikel 989 lid Pro 1 (oud) van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet vatbaar is voor verzet. Dit betekent dat [eiser] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzet."
5. [Eiser] is tegen het vonnis van de Rechtbank (tijdig; zie art. 5 Uitvoeringswet Pro EEX-Verdrag, Wet van 4 mei 1972, Stb. 240) in cassatie gekomen met één middel. DPS is in cassatie niet verschenen.
6. Het middel klaagt dat de Rechtbank [eiser] ten onrechte, althans zonder voldoende motivering, niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn verzet tegen de beschikking van de President. Volgens het middel heeft de Rechtbank miskend dat de artt. 985-991 Rv in het onderhavige geval, waarin op de voet van het EEX-Verdrag verlof tot tenuitvoerlegging van een in andere verdragsluitende staat gegeven rechterlijke beslissing wordt gevraagd, niet van toepassing zijn en voorts miskend dat onder de regeling van het EEX-Verdrag ingevolge art. 36 EEX Pro daarvan, indien de tenuitvoerlegging wordt toegestaan, de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd tegen de beslissing verzet kan doen.
7. De rechtsklacht is gegrond. DPS heeft op de voet van het EEX-Verdrag verlof gevraagd tot tenuitvoerlegging in Nederland van een beslissing gegeven door een Duitse rechter. De President heeft met toepassing van het EEX-Verdrag het gevraagde verlof verleend. De toepasselijkheid van de regeling inzake erkenning en tenuitvoerlegging van het EEX-Verdrag is terecht niet bestreden: de regeling is zowel formeel (zie art. 25 jo Pro. art. 55 EEX Pro-Verdrag), materieel (blijkens de overgelegde expeditie van het Versäumnisurteil heeft de beslissing betrekking op een burgerlijke of handelszaak in de zin van art. 1 EEX Pro-Verdrag) als temporeel (de beslissing waarvan verlof tot tenuitvoerlegging wordt verzocht is gegeven op 17 april 1998, derhalve vóór de datum van inwerkingtreding, 1 maart 2002, van de Verordening (EG) Nr. 44/2001, PbEG 2001, L 012, de zgn. EEX-Verordening; zie art. 66 lid 1 van Pro de verordening) van toepassing. Ingevolge art. 2 lid 1 van Pro de Uitvoeringswet EEX-Verdrag zijn ten aanzien van het verlof tot tenuitvoerlegging bedoeld in art. 31 van Pro het verdrag de artt. 985-991 Rv niet van toepassing. De rechtsgang die leidt tot een exequatur onder het EEX-Verdrag wordt exclusief geregeld door de desbetreffende bepalingen van het EEX-Verdrag (art. 31-45) en van de Uitvoeringswet EEX-Verdrag (art. 2-8). Gelet op art. 94 Gw Pro en art. 992 Rv Pro heeft de Rechtbank derhalve ten onrechte geoordeeld dat de vraag of [eiser] het rechtsmiddel van verzet tegen de beschikking van de President openstaat, beoordeeld dient te worden met toepassing van art. 989 lid 1 Rv Pro. De regeling van art. 36-39 van het EEX-Verdrag jo. art. 4 en Pro 5 van de Uitvoeringswet EEX-Verdrag is van toepassing, welke regeling, meer bepaald art. 36, voorziet in het rechtsmiddel van verzet tegen de beschikking van de President waarbij verlof tot tenuitvoerlegging is verleend.
De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,