ECLI:NL:PHR:2004:AO5122
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bewijsvereisten voor ontvangst stuitingsbrief bij verjaring
In deze cassatiezaak stond centraal of een aangetekende stuitingsbrief van IDM Financieringen BV de geadresseerde, eiser, had bereikt, zodat de verjaring van een vordering was gestuit.
Eiser had meerdere geldleningsovereenkomsten met IDM en was tekortgeschoten in betalingen. IDM had stuitingsbrieven verzonden, waarvan eiser ontkende dat hij die had ontvangen. De rechtbank ging uit van een vermoeden dat de brief was ontvangen omdat deze niet door de PTT was geretourneerd en juist was geadresseerd.
De Hoge Raad stelde dat het enkel niet-retourneren van een aangetekende brief onvoldoende is om aan te nemen dat de brief tijdig is aangeboden. De afzender moet ook aannemelijk maken dat de brief volgens de voorgeschreven wijze is aangeboden. Dit oordeel leidde tot vernietiging van het bestreden vonnis en verwijzing naar het gerechtshof.
De uitspraak verduidelijkt de bewijsregels omtrent ontvangst van aangetekende stuitingsbrieven en benadrukt dat het risico van niet-bereiken bij de verzender ligt indien deze geen extra bewijs kan leveren.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof wegens onvoldoende bewijs van ontvangst van de stuitingsbrief.