ECLI:NL:PHR:2004:AO4054
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van het begrip wisselkantoor in de Wet inzake de wisselkantoren
De zaak betreft de uitleg van de begrippen 'wisselkantoor' en 'wisseltransacties' in de Wet inzake de wisselkantoren. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij tussen augustus en november 2001 als wisselkantoor beroeps- of bedrijfsmatig buitenlandse valuta had gewisseld. Het hof sprak verdachte vrij omdat het oordeelde dat hij slechts geld ter wisseling aanbood, maar niet zelf de wisselhandelingen verrichtte.
De Hoge Raad stelt dat het hof de ruime definitie van de wetgever heeft miskend. Volgens de wetgever omvat het begrip wisselkantoor ook degene die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een ander wisseltransacties uitvoert, waaronder het aanbieden van geld ter wisseling. Het hof heeft daardoor de grondslag van de tenlastelegging verlaten en vrijgesproken van een ander feit dan bedoeld.
De Hoge Raad verklaart de advocaat-generaal ontvankelijk, vernietigt het bestreden arrest voor zover het de vrijspraak betreft, en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting. De zaak benadrukt het belang van een ruime interpretatie van de begrippen in de wet om witwassen tegen te gaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting; verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep.