ECLI:NL:PHR:2004:AO1751
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetting jeugddetentie in gevangenisstraf bij meerderjarigheid
In deze zaak stond de vraag centraal of het gerechtshof terecht de opgelegde jeugddetentie van twee weken heeft omgezet in een gevangenisstraf van gelijke duur nadat de veroordeelde meerderjarig was geworden. Het hof had de verdachte veroordeeld wegens opzettelijke brandstichting in een trein en daarbij rekening gehouden met zijn eerdere veroordelingen en de omstandigheden waaronder het feit was gepleegd.
De verdediging voerde aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de jeugddetentie was omgezet in gevangenisstraf. De Hoge Raad benadrukte dat artikel 77k Sr pas van toepassing is nadat de uitspraak waarbij de jeugddetentie is opgelegd in kracht van gewijsde is gegaan. Tevens is het niet toegestaan om deze omzetting te verrichten als het besluit tot tenuitvoerlegging nog niet onherroepelijk is.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof wel degelijk de noodzakelijke motivering heeft gegeven door te verwijzen naar de ernst van het feit, het strafblad van de verdachte en het feit dat het delict tijdens een proeftijd is gepleegd. Gezien de leeftijd en de omstandigheden was het oordeel dat de verdachte niet meer in aanmerking komt voor jeugddetentie begrijpelijk. Het cassatiemiddel werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatiemiddel wordt verworpen en de omzetting van jeugddetentie in gevangenisstraf wordt bevestigd.