ECLI:NL:PHR:2004:AO1335
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt ambtshalve limitering partneralimentatie zonder verzoek
In deze zaak tussen een vrouw en een man, die in 1985 zijn gehuwd en in 2002 zijn gescheiden, stond de vraag centraal of het hof terecht ambtshalve de partneralimentatie heeft beperkt in de tijd zonder dat de alimentatieplichtige hierom had verzocht. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van partneralimentatie aan de vrouw, welke het hof bij beschikking van 16 april 2003 wijzigde door de alimentatie te limiteren tot 1 mei 2006, waarna deze op nihil werd gesteld.
De vrouw stelde cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad overwoog dat artikel 1:157 lid 3 BW Pro bepaalt dat de rechter alleen op verzoek van een van de echtgenoten de alimentatie kan beperken in tijd. Omdat de man geen dergelijk verzoek had gedaan, was het hof niet bevoegd om ambtshalve de alimentatie te limiteren. Daarnaast voldeed het hof niet aan de hoge motiveringseisen die aan een dergelijke termijnbeperking worden gesteld, aangezien het onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de vrouw per 1 mei 2006 geheel in haar levensonderhoud kon voorzien.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van de beschikking waarin de alimentatie per 1 mei 2006 op nihil werd gesteld en bekrachtigde de rest van de beschikking. Hiermee werd bevestigd dat de rechter niet zonder verzoek een termijn kan stellen aan partneralimentatie en dat een dergelijke beslissing goed gemotiveerd moet zijn gezien de ingrijpende gevolgen voor de alimentatiegerechtigde.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de ambtshalve opgelegde termijnbeperking van partneralimentatie en bekrachtigt de rest van de beschikking.