ECLI:NL:PHR:2004:AO0610
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake teruggave inbeslaggenomen auto
In deze zaak betrof het cassatieberoep van B tegen een beschikking van de Rechtbank Maastricht die het klaagschrift van A gegrond verklaarde en de teruggave van een inbeslaggenomen auto aan A gelastte. A had aangifte gedaan van diefstal van de auto, waarna B de auto onder zich had, maar de auto bleek gestolen te zijn.
De auto werd in beslag genomen onder B, maar later op 22 december 1999 door de rechtbank aan A teruggegeven. B was niet als belanghebbende opgeroepen bij de behandeling van het klaagschrift van A. Het cassatieberoep van B was gericht op het niet als belanghebbende worden aangemerkt.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep te laat was ingesteld, aangezien het binnen veertien dagen na betekening van de beschikking had moeten worden ingediend. B was op de hoogte van de beschikking en werd bijgestaan door een raadsman, maar stelde het beroep pas ruim drie jaar later in. Daarom werd B niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van B wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.