ECLI:NL:PHR:2004:AN8721
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rol van het BTW-identificatienummer bij toepassing van het nultarief bij intracommunautaire leveringen
In deze zaak staat centraal of voor de toepassing van het nultarief bij intracommunautaire leveringen een correct BTW-identificatienummer van de afnemer vereist is. Belanghebbende, een groothandel in computerproducten, leverde goederen aan een Spaanse rechtspersoon zonder dat deze een geldig BTW-nummer had. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat het nultarief volgens hem niet van toepassing was.
Het Hof stelde belanghebbende in het gelijk en oordeelde dat het ontbreken van een correct BTW-identificatienummer geen constitutieve voorwaarde is voor het nultarief. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel, maar benadrukt dat de leverancier een zorgvuldigheidsnorm moet naleven. Dit houdt in dat de leverancier zich moet vergewissen van de BTW-status van de afnemer en het nummer zo nodig moet verifiëren.
De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende niet aan deze zorgvuldigheidsnorm heeft voldaan omdat het opgegeven nummer niet juist was en dit ook bij verificatie bleek. Hierdoor kan het nultarief niet worden toegepast en is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. De zaak verduidelijkt dat het nultarief een dwingendrechtelijk karakter heeft en dat fraude en misbruik moeten worden voorkomen door zorgvuldige naleving van de regels door leveranciers.
Uitkomst: De naheffingsaanslag blijft in stand omdat belanghebbende niet aan de zorgvuldigheidsnorm voldeed en het nultarief niet toepasselijk was.