ECLI:NL:PHR:2004:AN8172
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over waardering en inkorting bij ontbinding vennootschap onder firma en legitieme portie
In deze zaak staat de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder centraal, waarbij een geschil ontstond tussen broer en zus over de waardering van het aandeel van de moeder in een vennootschap onder firma (v.o.f.) en de schending van de legitieme portie.
De moeder en haar zoon hadden de v.o.f. ontbonden, waarbij het vennootschapsvermogen geheel aan de zoon werd toegedeeld tegen een overeengekomen prijs. De zus stelde dat de zoon bevoordeeld was doordat de waardering van activa niet correct was en dat haar legitieme portie hierdoor was geschonden. Het hof had geoordeeld dat de waardering van vee en bedrijfsinventaris tegen economische waarde moest plaatsvinden en dat het ontbreken van een meerwaardeclausule een materiële schenking opleverde, waarop inkorting moest plaatsvinden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom voor de waardering van vee en bedrijfsinventaris de economische waarde is gehanteerd in plaats van de agrarische waarde, zoals voor onroerende zaken was bepaald. Ook is onvoldoende onderbouwd of sprake was van een bevoordelingsbedoeling bij het ontbreken van de meerwaardeclausule. Daarnaast is onduidelijk of het vorderingsrecht ter zake stille reserves nog bestond.
Vanwege deze motiveringsgebreken vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor nieuwe beoordeling. De Hoge Raad wijst op het belang van redelijkheid en billijkheid bij waardering en de bijzondere rechtsverhouding in familiale ondernemingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor nieuwe beoordeling.