ECLI:NL:PHR:2004:AN8080
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid indexeringsregeling bij internationale alimentatieverplichting beheerst door Duits recht
Partijen zijn gewezen echtgenoten waarbij de man in Duitsland woont en de vrouw in Nederland. De man is op grond van een Duitse uitspraak verplicht alimentatie te betalen aan de vrouw. Diverse wijzigingen en verzoeken tot aanpassing van de alimentatie zijn door Nederlandse rechtbanken en het hof behandeld. De vrouw stelde onder meer dat de alimentatie geïndexeerd moest worden volgens art. 1:402a BW.
Het hof oordeelde dat de alimentatieverplichting beheerst wordt door Duits recht en dat de Nederlandse indexeringsregeling niet van toepassing is. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel en tegen de motivering van het hof omtrent de hoogte van de ziektekostenpremie en het inkomen van de man.
De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof voor zover het niet volledig rekening hield met de door de vrouw betaalde ziektekostenpremies en onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het inkomen van de man niet volledig werd betrokken, maar bevestigt dat de indexeringsregeling van art. 1:402a BW niet van toepassing is omdat het Duitse recht van toepassing is op de alimentatieverplichting.
De Hoge Raad volgt de heersende opvatting dat wettelijke indexeringsregelingen slechts toepasselijk zijn indien het toepasselijke recht Nederlands recht is, en wijst het cassatieberoep van de vrouw op dit punt af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Nederlandse indexeringsregeling niet van toepassing is op een alimentatieverplichting beheerst door Duits recht, maar vernietigt het hofsoordeel wegens onvoldoende motivering omtrent ziektekostenpremies en inkomen.