ECLI:NL:PHR:2004:AM2359
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid verstrekking politieregistergegevens aan officier van justitie en Rijkswaterstaat voor integriteitsbeoordeling
In deze zaak stond centraal of het verstrekken van gegevens uit het politieregister door de beheerder aan de officier van justitie, en vervolgens door de officier van justitie aan Rijkswaterstaat (RWS), toelaatbaar was voor een integriteitsbeoordeling van Bergingscentrale Amsterdam B.V. (BCA) in het kader van een aanbestedingsproject waarbij beperkte politietaken zouden worden uitgevoerd.
BCA voerde aan dat de verstrekking onrechtmatig was en in strijd met de Wet politieregisters (Wpolr). De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het Openbaar Ministerie bevoegd was tot de gegevensverstrekking vanwege zijn gezag over de politie, maar het gerechtshof vernietigde dit oordeel en stelde dat de gegevensverstrekking niet geoorloofd was volgens het gesloten systeem van de Wpolr. Het hof wees ook de vordering tot inzage af wegens het bestaan van een andere rechtsgang.
De Hoge Raad bevestigde dat de Wet politieregisters een gesloten stelsel vormt en dat de verstrekking van gegevens alleen is toegestaan binnen de wettelijke kaders. De screening door RWS viel niet onder de taken van de officier van justitie in zijn gezagsfunctie over de politie, en de verstrekking was derhalve onrechtmatig. Ook het doorgeven van een samenvatting van die gegevens aan RWS was niet toegestaan. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Staat en handhaafde het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de verstrekking van politieregistergegevens aan de officier van justitie en RWS onrechtmatig was.