ECLI:NL:PHR:2004:AL4367
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens juiste betekening aanzegging in Duitsland
De zaak betreft de beoordeling van de juiste betekening van de aanzegging in cassatie aan een verdachte woonachtig in Duitsland. Verdachte was veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 en stelde cassatie in. De verdediging betwistte de ontvankelijkheid van het cassatieberoep met het argument dat de aanzegging niet correct was betekend.
De Hoge Raad onderzocht het dossier, waaronder proces-verbalen waarin verdachte zijn Duitse woonplaats verklaarde, correspondentie over aanzeggingen die per gewone post naar het Duitse adres werden verzonden en retour kwamen met de stempel "retour unbekannt". De Hoge Raad oordeelde dat de aanzegging rechtsgeldig was betekend conform artikel 585 Sv Pro en de Schengenuitvoeringsovereenkomst, die directe postbezorging van gerechtelijke stukken toestaat.
De retourmelding werd toegeschreven aan de ontvanger ter plaatse die verklaarde dat verdachte onbekend was op het adres, maar verdachte was eerder op dit adres gedagvaard en verschenen. Een beroep op het Duitse voorbehoud bij het Europese verdrag inzake wederzijdse rechtshulp faalde. Omdat de aanzegging correct was betekend en geen middelen van cassatie binnen de wettelijke termijn werden ingediend, verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens juiste betekening van de aanzegging en het niet tijdig indienen van middelen.