ECLI:NL:PHR:2004:AF6988
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering aan Turkije wegens lidmaatschap PKK en terroristische activiteiten
De zaak betreft het verzoek tot uitlevering van een persoon aan Turkije wegens vermeende deelname aan de PKK en daarmee samenhangende terroristische activiteiten. De Nederlandse rechtbank had de uitlevering ontoelaatbaar verklaard omdat de dubbele strafbaarheid niet kon worden vastgesteld op basis van de aangeleverde stukken.
De Hoge Raad stelt vast dat het humanitaire oorlogsrecht het gewone strafrecht niet uitsluit en dat de feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd strafbaar zijn volgens het Nederlandse strafrecht (artikelen 140, 289 en 303 Sr). De feiten worden niet aangemerkt als absolute of relatief politieke delicten, mede gelet op het Nederlandse voorbehoud bij het Europees verdrag tot bestrijding van terrorisme.
De rechtbank had onterecht een te hoge eis gesteld aan de feitelijke uiteenzetting in het uitleveringsverzoek, vooral ten aanzien van de persoonlijke deelname aan concrete gewapende acties. Lidmaatschap en leidinggeven aan een criminele organisatie is voldoende voor strafbaarheid volgens artikel 140 Sr Pro. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en oordeelt dat uitlevering aan Turkije toelaatbaar is wegens lidmaatschap van de PKK en terroristische activiteiten.