ECLI:NL:PHR:2003:AN7555
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing medische verklaring bij voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis bij weigering onderzoek
Betrokkene was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een machtiging tot voortgezet verblijf. De rechtbank verleende deze machtiging op basis van een geneeskundige verklaring van een onderzoekend psychiater die betrokkene niet persoonlijk kon onderzoeken vanwege diens weigering tot medewerking. De verklaring was gebaseerd op informatie van de behandelend arts en verplegend personeel.
De Hoge Raad bevestigde dat een persoonlijk onderzoek door de onderzoekend psychiater vereist is, tenzij betrokkene weigert mee te werken. In dat geval moet de psychiater doen wat redelijkerwijs mogelijk is om het onderzoek te verrichten. Hier had de psychiater meerdere pogingen gedaan om contact te krijgen, maar betrokkene weigerde demonstratief.
De rechtbank mocht op basis van de verklaring oordelen dat betrokkene gestoord was in zijn geestvermogens en dat de wettelijke vereisten voor voortgezet verblijf waren vervuld. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de procedure en het oordeel van de rechtbank rechtens toelaatbaar waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de machtiging tot voortgezet verblijf blijft rechtsgeldig ondanks het ontbreken van persoonlijk onderzoek door de psychiater wegens weigering van betrokkene.