ECLI:NL:PHR:2003:AI1595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oplegging maatregel plaatsing verslaafden ondanks verzuim raadsman in eerste aanleg
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het procesverzuim van de rechtbank in eerste aanleg, die naliet een nieuwe raadsman toe te voegen nadat de verdachte afstand had gedaan van zijn aanvankelijke raadsman, tot nietigheid van het onderzoek moest leiden. De verdachte was in hoger beroep verschenen met een raadsman en heeft op dat niveau niet geklaagd over het ontbreken van rechtsbijstand in eerste aanleg.
De Hoge Raad overwoog dat schending van de wettelijke plicht tot toevoeging van een raadsman niet automatisch nietigheid tot gevolg heeft, tenzij in hoger beroep verweer wordt gevoerd of de zaak bij verstek wordt afgedaan. Nu de verdachte in hoger beroep aanwezig was en geen bezwaar maakte, was nietigheid niet aan de orde.
Daarnaast werd het middel bestreden dat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor verslaafden onrechtmatig zou zijn opgelegd. De Hoge Raad stelde vast dat het hof de maatregel had gemotiveerd aan de hand van een langdurige verslavingsgeschiedenis, recidive en rapportages van deskundigen die stelden dat vrijwillige hulpverlening niet effectief was gebleken. De maatregel was gericht op het doorbreken van de verslavingsproblematiek en het voorkomen van recidive, en was voldoende gemotiveerd.
Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor verslaafden voor twee jaar.