ECLI:NL:PHR:2003:AI0370
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt faillissement verzekeraar ondanks ondoorzichtige groepsstructuur en bestuursrechtelijke procedure
In deze zaak stond centraal of HAA, een verzekeraar waarvan de vergunning was ingetrokken, als verzekeraar in de zin van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf (Wtv) kon worden aangemerkt en of het faillissement op grond van art. 169 Wtv Pro terecht was uitgesproken. De procedure speelde zich af tegen de Stichting Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK), die het faillissement had aangevraagd wegens het negatieve eigen vermogen en slechte vooruitzichten van HAA.
De Rechtbank Almelo verklaarde HAA in staat van faillissement en het Hof Arnhem bekrachtigde dit oordeel. HAA voerde onder meer aan dat de bestuursrechtelijke procedure eerst moest worden afgewacht en dat zij geen verzekeraar was omdat polissen door HN op haar naam waren uitgegeven zonder haar instemming. De Hoge Raad overwoog dat de bewijsvoering in faillissementsprocedures geen hoge eisen stelt en dat voldoende aannemelijk was dat HAA verzekeringsactiviteiten ontplooide binnen een ondoorzichtige groep.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat het faillissement moest worden aangehouden tot een bestuursrechtelijke uitspraak en bevestigde dat de ondoorzichtige groepsstructuur en het handelen via HN en [betrokkene 1] ertoe leiden dat HAA als verzekeraar moet worden aangemerkt. De cassatie werd verworpen, waarmee het faillissement definitief bleef staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van HAA wordt verworpen en het faillissement wordt bevestigd.