ECLI:NL:PHR:2003:AF9416
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring van schadevergoeding wegens fiscale wanprestatie bij niet-geruisloze inbreng eenmanszaak
In deze zaak vordert [verweerder 1] schadevergoeding van zijn voormalig fiscaal adviseur [eiser] wegens het niet tijdig indienen van een verzoek ex art. 18 IB Pro, waardoor de inbreng van een eenmanszaak in een besloten vennootschap niet geruisloos kon plaatsvinden. Dit leidde tot een hogere belastingaanslag en daarmee tot schade.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de vordering was verjaard omdat de benadeelde al in juli 1991 bekend was met de schade en de aansprakelijke persoon. Het hof verwierp dit en stelde dat de verjaring pas begint te lopen vanaf de dagtekening van de aanslag of het moment waarop de benadeelde daadwerkelijk bekend is met de schade en aansprakelijkheid.
De Hoge Raad bevestigt dat de verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen vanaf de dagtekening van de aanslag, omdat pas dan sprake is van een afdwingbare belastingschuld en daadwerkelijke bekendheid met de schade. Het beroep op verjaring faalt daarom. Tevens wordt geoordeeld dat het instellen van bezwaar en de verwachtingen omtrent de uitkomst daarvan de bekendheid met de schade niet verhinderen.
Uitkomst: Het beroep op verjaring faalt en het hof-oordeel wordt bekrachtigd.