ECLI:NL:PHR:2003:AF8743
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid pseudokoop en verwerpt niet-ontvankelijkheidsverweer OM
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens een vermeende onrechtmatige pseudokoop. De verdachte was betrokken bij de levering van 25.000 XTC-pillen, waarbij het hof oordeelde dat het bevel tot pseudokoop tijdig was afgegeven en de onderhandelingen en levering rechtmatig plaatsvonden.
De feiten wezen uit dat de eerste onderhandelingen over de XTC-levering plaatsvonden tussen de politie-infiltrant en een medeverdachte, waarvoor een bevel tot pseudokoop was afgegeven. De verdachte werd pas later bij de transactie betrokken, waarna ook voor hem een bevel werd afgegeven, nog vóór de daadwerkelijke levering.
Het hof verwierp het verweer dat het OM onrechtmatig had gehandeld door het bevel pas na de eerste afspraken met de verdachte te geven. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het bevel tot pseudokoop de voorbereidende handelingen van de medeverdachte dekte en dat de latere betrokkenheid van de verdachte binnen de wettelijke kaders viel.
De Hoge Raad oordeelde dat geen sprake was van ernstige schending van de beginselen van een goede procesorde die niet-ontvankelijkheid zou rechtvaardigen. Ook stelde de Hoge Raad dat het bevel tot pseudokoop primair de positie van de infiltrant beschermt en niet direct een waarborg is voor de verdachte. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf blijft in stand.