ECLI:NL:PHR:2003:AF8578
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Erkenning buitenlandse huwelijksakte en eis van legalisatie volgens Haags Huwelijksverdrag en Wet Conflictenrecht Huwelijk
In deze zaak verzochten de man en vrouw, ouders van een in Nederland geboren kind, de aanvulling van de geboorteakte met de naam van de vader op grond van hun in Ghana gesloten huwelijk. De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand weigerde dit omdat de Ghanese huwelijksakte niet gelegaliseerd was, conform het beleid om alleen gelegaliseerde buitenlandse documenten te accepteren.
De rechtbank wees het verzoek af en oordeelde dat de eis van legalisatie niet in strijd is met het Haags Huwelijksverdrag of de Wet Conflictenrecht Huwelijk (WCH). Het hof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de openbare orde-uitzondering in deze verdragen niet ziet op de legalisatie van bewijsstukken maar op materieelrechtelijke aspecten van het huwelijk.
De Hoge Raad bevestigde dat het Huwelijksverdrag en de WCH bepalen op welke wijze het bestaan van een huwelijk kan worden bewezen, namelijk door een huwelijksverklaring van een bevoegde autoriteit, maar dat de vraag naar de uitwendige bewijskracht van het stuk, zoals de eis van legalisatie, aan het nationale recht is overgelaten. Omdat Ghana geen partij is bij het Haags Verdrag tot afschaffing van legalisatie, mocht de Ambtenaar BS de eis van legalisatie stellen.
Klachten over het toepassen van de verkeerde circulaire werden verworpen omdat het hof gebonden was aan de beslissing van de rechtbank en de gebruikte circulaire niet werd vervangen door de latere instructie. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de eis van legalisatie van de buitenlandse huwelijksakte is niet in strijd met het Haags Huwelijksverdrag of de Wet Conflictenrecht Huwelijk.