ECLI:NL:PHR:2003:AF8565
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens onduidelijke tenlastelegging over arbeidsomstandigheden en rolsteigerveiligheid
In deze strafzaak stond de werkgever terecht voor het niet voldoen aan veiligheidsvoorschriften omtrent de arbeidsomstandigheden van een werknemer die werkzaamheden verrichtte met een rolsteiger. De tenlastelegging betrof enerzijds het niet doeltreffend inlichten van de werknemer over de aard van de werkzaamheden en gevaren (artikel 6, eerste lid Arbeidsomstandighedenwet), en anderzijds het niet voldoende opleiden van de werknemer (artikel 6, tweede lid).
Het Hof Amsterdam verklaarde het deel van de tenlastelegging over opleiding partieel nietig, maar veroordeelde de werkgever alsnog voor het niet inlichten. De Hoge Raad oordeelt dat deze mix van twee verschillende normen in één tenlastelegging onduidelijk en tegenstrijdig is, waardoor de verdachte niet goed kon weten waartegen hij zich moest verweren. De rechter mag niet een deel schrappen en vervolgens de rest anders interpreteren dan bedoeld, maar moet de gehele dagvaarding nietig verklaren.
Daarnaast werd de werkgever veroordeeld voor het plaatsen van een rolsteiger die niet voldeed aan de veiligheidsnormen (artikel 26 Arbeidsomstandighedenwet juncto artikel 7.4 Arbeidsomstandighedenbesluit). Dit oordeel handhaaft de Hoge Raad, waarbij het hof terecht oordeelde dat het gevaar van verschuiven, omvallen of kantelen niet voldoende was voorkomen, ondanks dat het materiaal zelf deugdelijk was.
De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het eerste tenlastegelegde betreft en verklaart de dagvaarding nietig voor dat feit. Voor het overige wordt het beroep verworpen en blijft de veroordeling voor het derde feit in stand.
Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard voor het eerste feit en het arrest vernietigd voor dat onderdeel; overige veroordelingen blijven in stand.