ECLI:NL:PHR:2003:AF8257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor onrechtmatige verkoop van geleasede vrachtwagen
In deze zaak stond centraal of eiser, als bestuurder van een gefailleerde besloten vennootschap, persoonlijk aansprakelijk kon worden gehouden voor de onrechtmatige verkoop van een vrachtwagen die eigendom was van de leasemaatschappij Bedrijfswagen Lease Nederland (BLN).
De vrachtwagen was geleased door Transport B.V., waarvan de rechten waren overgedragen aan BLN. Na faillissement van Transport B.V. verkocht eiser de vrachtwagen zonder toestemming aan een Spaans bedrijf, terwijl hij wist of behoorde te weten dat BLN eigenaar was. De rechtbank en het hof oordeelden dat eiser persoonlijk onrechtmatig had gehandeld en veroordeelden hem tot schadevergoeding.
Eiser stelde in cassatie dat alleen art. 2:248 BW Pro van toepassing was, die bestuurdersaansprakelijkheid regelt bij faillissement, en dat het hof ten onrechte bewijsaanbod had gepasseerd. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat eiser persoonlijk aansprakelijk is op grond van art. 6:162 BW Pro wegens een specifiek jegens BLN gepleegde onrechtmatige daad.
De Hoge Raad benadrukte dat bestuurdersaansprakelijkheid niet beperkt is tot de curator en dat een individuele schuldeiser een vordering kan instellen indien sprake is van een specifieke onrechtmatige daad jegens hem. Het bewijsaanbod van eiser werd terecht gepasseerd omdat de feiten vaststonden en bewijslevering niet tot een ander oordeel zou leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat eiser persoonlijk aansprakelijk is voor de onrechtmatige verkoop van de vrachtwagen en wijst het cassatieberoep af.