ECLI:NL:PHR:2003:AF7690
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op volledige schadeloosstelling bij onteigening huurwoning met gelijkwaardig woongenot
In deze zaak ging het om de onteigening van een perceel met woonboerderij en bijgebouwen ten behoeve van de aanleg van de Hoge Snelheidslijn-Zuid. De huurder van het woonhuis, die het pand sinds 1976 huurde, vorderde volledige schadeloosstelling wegens verlies van het woongenot.
De Rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op basis van volledige vergoeding, omdat de forfaitaire regeling van tweemaal de jaarhuur niet in redelijke verhouding stond tot de werkelijke schade. De Staat stelde cassatieberoep in tegen dit vonnis.
De Hoge Raad bevestigde dat huurders van woonruimte bij onteigening recht hebben op volledige schadeloosstelling indien de forfaitaire regeling niet in redelijke verhouding staat tot de werkelijke schade. Daarbij moet het criterium van gelijkwaardig woongenot worden gehanteerd, waarbij persoonlijke omstandigheden zoals leeftijd, woonomgeving en levenswijze meewegen.
Ook achtte de Hoge Raad het juist dat de schadeloosstelling is berekend op basis van aankoop van een vervangende woning in het buitengebied, aangezien passende huurwoningen daar praktisch niet beschikbaar zijn. De klachten van de Staat over de motivering en beoordeling van deze factoren werden verworpen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van de Rechtbank dat de huurder recht heeft op volledige schadeloosstelling die het verlies van gelijkwaardig woongenot compenseert.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staat wordt verworpen; huurders hebben recht op volledige schadeloosstelling die gelijkwaardig woongenot waarborgt.