ECLI:NL:PHR:2003:AF7314
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van plaatsaanduiding in tenlastelegging hennepteelt en behoud van grondslag tenlastelegging
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's Gravenhage veroordeeld wegens het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken en/of aanwezig hebben van hennepplant(en in een pand te [woonplaats]. De tenlastelegging vermeldde specifiek de locatie aan de [a-straat], maar het Hof verklaarde bewezen dat het feit in een pand aan de [b-straat 1] te [woonplaats] was gepleegd, zonder de plaatsaanduiding van de tenlastelegging te bevestigen.
Verdachte stelde in cassatie dat het Hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten door niet van de gehele tenlastelegging vrij te spreken, omdat niet bewezen was dat het feit aan de [a-straat] was gepleegd. De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat de plaatsaanduiding in soortgelijke gevallen strafrechtelijk niet van belang is voor de beslissingen van de rechter.
Het Hof had geoordeeld dat verdachte onmiskenbaar wist welk feit hem ten laste werd gelegd en waar dit feit was gepleegd, mede omdat het pand zijn woning betrof en verdachte dit als zijn eerste kweek had erkend. Er was geen verweer gevoerd tegen de afwijking in plaatsaanduiding, en de aard van het bewezenverklaarde feit maakte de exacte straatnaam niet relevant.
De Hoge Raad concludeerde dat het Hof door vrij te spreken van het onderdeel 'aan de [a-straat]' niet van de grondslag van de tenlastelegging was afgeweken en dat het middel faalde. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het arrest. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het Hof heeft de grondslag van de tenlastelegging niet verlaten.