ECLI:NL:PHR:2003:AF5548
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over arbeidsongeschiktheid en alimentatieplicht na echtscheiding
De zaak betreft een geschil over alimentatie na echtscheiding tussen een vrouw en een man. De vrouw verzocht om alimentatie voor zichzelf en de kinderen, terwijl de man stelde dat hij onvoldoende draagkracht had vanwege arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Het hof wees de alimentatieverzoeken af omdat het aannam dat de man arbeidsongeschikt was en geen verdiencapaciteit had.
De vrouw betwistte de arbeidsongeschiktheid en stelde dat de man zich onttrok aan zijn financiële verplichtingen. De man kon geen medische verklaring overleggen en de voorzitter wees hem hierop tijdens de zitting. Het hof baseerde zijn oordeel op de stellingen van de man en eigen waarnemingen, zonder sluitend medisch bewijs.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde omtrent stelplicht en bewijslast en onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld. De bewijslast ligt in beginsel bij de alimentatieplichtige om zijn arbeidsongeschiktheid te bewijzen. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onjuiste toepassing van stelplicht en bewijslast en verwijst de zaak voor verdere behandeling.