ECLI:NL:PHR:2003:AF5454
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor meineed tijdens parlementaire enquête
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte werd veroordeeld voor het afleggen van een meinedige verklaring tijdens een openbaar verhoor door de Parlementaire Enquête Commissie Opsporingsmethoden (PEC). De verklaring betrof onware uitspraken over betrokkenheid bij betalingen aan een informant, de zogenaamde limonade- en sapfabrikant.
De verdediging voerde onder meer aan dat het hof ten onrechte het stenografisch verslag van het verhoor als bewijs gebruikte, omdat verdachte onder dwang van strafbedreiging zou hebben verklaard, wat in strijd zou zijn met artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onjuist had gehandeld; er was geen rechtstreeks en ernstig vermoeden van onrechtmatigheid en verdachte had de mogelijkheid om de waarheid te spreken of zich te beroepen op verschoningsrechten.
Daarnaast werd het oordeel van het hof over de strafmotivering bevestigd, waarbij werd vastgesteld dat verdachte meerdere opties had om niet te verklaren of de waarheid te spreken, maar koos voor het afleggen van een onware verklaring. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling voor meineed in stand bleef.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling van verdachte voor meineed tijdens parlementaire enquête.