ECLI:NL:PHR:2003:AF4639
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit wegens ontbreken adoptiebewijs
Verzoekster diende bij de rechtbank een verzoek in tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit op grond van adoptie door een Nederlandse adoptievader. Zij stelde dat zij in Zaïre was geadopteerd en dat zij gerechtvaardigd kon vertrouwen op haar Nederlandse nationaliteit, mede omdat haar driemaal een Nederlands paspoort was verstrekt.
De rechtbank wees het verzoek af wegens het ontbreken van bewijsstukken die de adoptie bevestigen. Ook was niet aangetoond dat een Nederlandse rechter de buitenlandse adoptie rechtsgeldig had erkend, wat tot 1998 vereist was. Verzoekster kon evenmin concrete feiten aandragen ter onderbouwing van haar stelling.
In cassatie betoogde verzoekster dat de bewijslast had moeten worden omgekeerd omdat zij in bewijsnood verkeerde en de Staat haar onterecht paspoorten had verstrekt. De Hoge Raad oordeelde dat verzoekster niet voldeed aan haar summiere bewijsplicht en dat de Staat een deugdelijk standpunt had ingenomen, ondersteund door onderzoek waaruit geen aanwijzingen voor adoptie naar voren kwamen.
De Hoge Raad bevestigde dat de gronden voor verwerving van de Nederlandse nationaliteit limitatief zijn en dat het enkele feit van verstrekte paspoorten geen recht geeft op nationaliteit. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van adoptie.