ECLI:NL:PHR:2003:AF4635
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bindende werking overeenkomst over naheffingsaanslagen en verjaring invordering
Op 2 februari 1990 sloot de belastingplichtige een overeenkomst met de Inspecteur der Omzetbelasting waarin de totale naheffingsaanslagen werden verminderd en definitief vastgesteld. De belastingplichtige accepteerde hiermee de aanslagen en stemde ermee in geen bezwaar of beroep meer aan te tekenen tegen nog te nemen beschikkingen.
Later vorderde de ontvanger een bedrag van de belastingplichtige, die dit betwistte en tevens meerdere reconventionele vorderingen instelde, waaronder een vordering uit onverschuldigde betaling wegens vermeende verjaring van een naheffingsaanslag. De rechtbank wees deze vordering af omdat de overeenkomst bindend was en de belastingplichtige zich niet meer kon beroepen op verjaring.
Het hof bevestigde dit oordeel in een tussenarrest en stelde dat de overeenkomst met de inspecteur ook gevolgen had voor de invordering door de ontvanger, waardoor het recht om zich op verjaring te beroepen was verwerkt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de belastingplichtige en bevestigde dat de overeenkomst met de inspecteur mede gevolgen heeft voor de rechtspositie jegens de ontvanger, waardoor een beroep op verjaring achteraf niet meer mogelijk is. Het beroep werd daarmee verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de belastingplichtige wordt verworpen; de overeenkomst met de inspecteur sluit een beroep op verjaring uit.