ECLI:NL:PHR:2003:AF3361
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens overtreding van verbod op vervoer met niet-in-dienst zijnde chauffeurs volgens Wet goederenvervoer over de weg
Verdachte werd door het Hof Arnhem veroordeeld wegens overtreding van art. 14 lid 1 Wet Pro goederenvervoer over de weg (Wgw), omdat hij gebruik maakte van chauffeurs die niet bij hem in dienst waren. De tenlastelegging vermeldde vervoer 'in elk geval in Europa', wat door verdachte werd aangevochten als onvoldoende nauwkeurig. Het Hof verwierp dit bezwaar en verklaarde de dagvaarding niet nietig.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende gemotiveerd had waarom de tenlastelegging niet nietig was, maar dat dit gebrek door de Hoge Raad kon worden hersteld. Het beroep op nietigheid faalde daarom. Het Hof had ook het beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling onvoldoende gemotiveerd verworpen, waardoor dit middel slaagde.
Verder concludeerde de Hoge Raad dat het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte niet als meerdaadse samenloop had gekwalificeerd en dat de opgelegde geldboete van f. 50.000 de wettelijke maximumstraf overschreed. Het arrest van het Hof werd daarom vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling door een ander Hof.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens motiveringsgebreken en overschrijding van de maximale geldboete.