ECLI:NL:PHR:2003:AF3077
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid privaatrechtelijke overeenkomst voor bouwvergunning wegens strijd met Woningwet
De zaak betreft een geschil tussen een ondernemer en de gemeente over een privaatrechtelijke overeenkomst die als voorwaarde werd gesteld voor het verkrijgen van een bouwvergunning voor een bedrijfswoning. De ondernemer had een tuinbouwbedrijf gekocht en wilde een bedrijfswoning bouwen. De gemeente weigerde aanvankelijk de vergunning en stelde een overeenkomst met voorwaarden, waaronder verplaatsing van het bedrijfscentrum en verwijdering van een salonwagen, als voorwaarde voor medewerking.
De ondernemer vorderde nietigverklaring van de overeenkomst wegens strijd met de Woningwet, openbare orde en misbruik van omstandigheden. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof verklaarde de overeenkomst nietig op grond van art. 122 Woningwet Pro, dat privaatrechtelijke overeenkomsten over vergunningverlening verbiedt.
De Hoge Raad bevestigt dat de overeenkomst privaatrechtelijk is en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat deze nietig is omdat zij de bouwvergunning als onderwerp had. De gemeente had de vergunning moeten verlenen zodra aan de feitelijke voorwaarden was voldaan, zonder dat een privaatrechtelijke overeenkomst vereist was. De Hoge Raad verwerpt het beroep van de gemeente en bevestigt de nietigheid van de overeenkomst.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de privaatrechtelijke overeenkomst nietig wegens strijd met art. 122 Woningwet en verwerpt het beroep van de gemeente.