ECLI:NL:PHR:2003:AF2691
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadeloosstelling bij onteigening en beëindiging onderneming Pacific Travel
De zaak betreft de onteigening van bedrijfsruimte van Pacific Travel Centre B.V. door de gemeente 's-Gravenhage in het kader van stadsvernieuwing. De rechtbank stelde de schadeloosstelling voor Pacific Travel vast op een bedrag van €1.021,01, gebaseerd op liquidatie van de onderneming. Pacific Travel stelde cassatie in tegen dit oordeel, onder meer omdat de schadeloosstelling volgens haar ook rekening moest houden met de positie van de werknemers en aandeelhouders.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht is uitgegaan van liquidatie als uitgangspunt voor de schadeloosstelling, mede gelet op het feit dat Pacific Travel een besloten vennootschap is en niet een transparante eenmanszaak. De omstandigheden van aandeelhouders en werknemers zijn daarom niet relevant voor de schadeloosstelling. Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat bij gedwongen beëindiging van de onderneming als gevolg van onteigening geen schadevergoeding aan werknemers verschuldigd is, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, welke in deze zaak niet zijn gesteld.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Pacific Travel en bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank. De gemeente had haar incidenteel cassatieberoep ingetrokken. De uitspraak benadrukt het belang van een objectieve benadering bij schadeloosstelling na onteigening en bevestigt de beperkte mogelijkheden voor werknemers om een vergoeding te vorderen bij bedrijfssluiting door onteigening.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Pacific Travel wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt vastgesteld op basis van liquidatie zonder schadevergoeding aan werknemers.