ECLI:NL:PHR:2003:AF2337
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor opzettelijk verstrekken onjuiste belastinggegevens door coöperatie
In deze strafzaak stond de coöperatie A U.A. en haar leidinggevende verdachte terecht voor het opzettelijk niet verstrekken van juiste inlichtingen aan de Belastingdienst, waardoor mogelijk te weinig belasting werd geheven. Het hof Amsterdam had verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.
De verdediging voerde diverse verweren aan, waaronder het verzoek tot het horen van aanvullende getuigen en bezwaren tegen de wijziging van de tenlastelegging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf hanteerde bij het afwijzen van het getuigenverzoek en dat de wijziging van de tenlastelegging binnen hetzelfde feit bleef. Tevens werd bevestigd dat de coöperatie als inhoudingsplichtige werd aangemerkt en dat het niet inleveren van loonbelastingkaarten en het niet melden van werknemers aan de inspecteur strafbaar was.
De Hoge Raad verbeterde de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit, waarbij het hof het misdrijf van art. 68 lid 1 onder Pro b (oud) AWR ten grondslag legde. Verweren over vermeende vooringenomenheid van de rechters werden verworpen. Wel werd erkend dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat tot strafvermindering kan leiden. Alle overige middelen werden verworpen, waarmee het arrest van het hof werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk voor het opzettelijk niet verstrekken van juiste belastinggegevens.