ECLI:NL:PHR:2003:AF2309
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens valsheid in geschrift door verzwijging werkzaamheden op AAW/WAO-formulieren
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens valsheid in geschrift, omdat hij op inlichtingenformulieren AAW/WAO onjuist had aangegeven niet te hebben gewerkt, terwijl hij in werkelijkheid ballonvaarten uitvoerde en inkomsten daaruit ontving. De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen dit arrest.
De kern van het geschil betrof de vraag of de door verdachte verrichte ballonvaarten als werkzaamheden moesten worden aangemerkt die op de formulieren vermeld hadden moeten worden. De verdediging stelde dat deze activiteiten een hobby waren en niet als werk moesten worden gezien. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de vraag op het formulier betrekking had op alle werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de arbeidsongeschiktheidsuitkering, ook als deze geen directe inkomsten opleverden.
Daarnaast werd een verklaring van een regiomanager van de opsporingsdienst van GAK gebruikt als bewijsmiddel. De Hoge Raad wees erop dat de conclusies in die verklaring niet op eigen waarneming berustten, maar dat het Hof voldoende andere bewijsmiddelen had om tot zijn oordeel te komen.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden wegens valsheid in geschrift.