ECLI:NL:PHR:2003:AF1891
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijslevering en kostencompensatie bij schadevergoeding op te maken bij staat
De zaak betreft een geschil tussen partijen over een overeenkomst voor gezamenlijke aankoop van onroerende zaken, waarbij eiser schadevergoeding vordert wegens tekortkoming van verweerder. In eerdere instanties werd vastgesteld dat verweerder tekort is geschoten, maar de vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de schade.
Eiser stelde in een laat stadium van het appelgeding nieuwe schadeposten voor, waaronder gederfde huuropbrengsten en gemiste waardestijging, die door het hof niet in de motivering zijn betrokken. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze stellingen buiten beschouwing zijn gelaten, terwijl het burgerlijk procesrecht ruimte biedt voor latere debatontwikkeling over schadevergoeding op te maken bij staat.
Daarnaast bespreekt de Hoge Raad de door het hof toegepaste kostencompensatie in twee nauw samenhangende appelprocedures, waarbij partijen elk in één zaak in het ongelijk zijn gesteld. De Raad bevestigt dat de rechter in dergelijke gevallen over de formele grenzen heen mag kijken en kosten kan compenseren, mits het oordeel over wederzijds gelijk en ongelijk deugdelijk wordt vastgesteld.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling, waarbij het hof de motivering over het al dan niet betrekken van de laat ingebracht schadeverweer moet geven en de kostenveroordeling opnieuw moet bezien.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.