ECLI:NL:PHR:2003:AF1597

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02339/01
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid van cassatieberoep na betwisting volmachtbrief

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem bij verstek veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens verduistering van zes schilderijen. Na betekening van het arrest op 9 mei 2001 stuurde de verdachte op 10 mei 2001 een brief waarin hij schriftelijk bekendmaakte dat mr. Gerard Spong het cassatieberoep zou instellen namens hem.

De griffier van het hof Arnhem interpreteerde deze brief niet als een volmacht zoals bedoeld in artikel 450 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Vervolgens werd op 11 mei 2001 een akte cassatie opgesteld, waarmee het cassatieberoep formeel werd ingesteld. Later kwam een vrijwel identieke brief met de toevoeging 'last & volmacht' binnen, waarvan vermoed werd dat deze vervalst was.

De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat de brief van 10 mei 2001, zoals ontvangen op 11 mei, moet worden opgevat als een geldige volmacht tot het instellen van cassatie. Eventuele latere manipulaties mogen niet met terugwerkende kracht de bedoeling van de verdachte op het moment van ontvangst aantasten. De conclusie strekt tot ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep, waarbij verdere beoordeling van de inhoudelijke middelen aan de Hoge Raad wordt overgelaten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ontvankelijk verklaard ondanks twijfel over de volmachtbrief.

Conclusie

Nr. 02339/01
Mr Jörg
Zitting 26 november 2002
Conclusie inzake:
[Verzoeker=verdachte]
1. Verzoeker is door het gerechtshof te Arnhem bij arrest van 4 april 1997 bij verstek wegens verduistering van zes schilderijen veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf.
2. Namens verzoeker heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. In de cassatieschriftuur wordt door mr. Spong allereerst aandacht gevraagd voor de vraag of het ingestelde beroep in cassatie ontvankelijk moet worden geacht.
4. Voor de beoordeling van de vraag of het cassatieberoep ontvankelijk is, is het volgende van belang. Het arrest van het hof is vier jaar na de uitspraak, nl. op 9 mei 2001, aan verzoeker in persoon betekend. Op 10 mei 2001 heeft verzoeker een brief geschreven met als inhoud:
"L.S.
Geeft m.v.e. hierbij schriftelijk te kennen, dat het hoger beroep (cassatie) inzake:
* parketnr. 21-001698-95 *
betekend: 9-5-'01
zal worden gedaan door:
*Mr. Gerard Spong *
(adv. & proc)
Keizersgracht - 278
Amsterdam - 1016 EW; die u nader zal berichten!
tel. 020-3305409
• mede namens Mr. G. Spong
m.v. hoogachting
(was getekend verzoeker, NJ)"
5. Deze brief is op 11 mei 2001 ingekomen bij de 'Centrale Informatie Balie, Gerechtelijke diensten, Arrondissement Arnhem'. In het dossier bevindt zich een akte cassatie, opgesteld op 11 mei 2001. Kennelijk is de brief niet door verzoeker persoonlijk op 10 mei 2001 afgegeven, want dan zou er meteen een cassatieakte met persoonlijke verschijning zijn opgemaakt, en niet eerst de volgende dag een volmacht-cassatieakte.
6. Op 8 november 2001 heeft de griffier van het hof te Arnhem de stukken naar de griffier van de Hoge Raad verzonden, met de mededeling:
"Door mij is de brief van de verdachte van 10 mei 2001 niet opgevat als een volmacht als bedoeld in artikel 450 van Pro het wetboek van Strafvordering."
7. In de cassatieschriftuur gaat mr. Spong uit van een andere brief, namelijk een met een vrijwel identieke tekst als boven vermeld, maar met de aanvullende mededeling 'Verklaring: last & volmacht', en met als gewijzigde datum 'ii-5-01'. Hier is kennelijk sprake van een vervalsing. Deze andere brief is op 24 juli 2001 ter griffie ingekomen. Volgens de raadsman is uit de brief van 11 (ii, NJ) mei 2001 onmiskenbaar duidelijk dat verzoeker cassatieberoep heeft willen instellen.
8. Kennelijk is bij betrokkene op enig moment onzekerheid teweeggebracht over de vraag of zijn brief van 10 mei 2001 wel als een schriftelijke volmacht zou worden opgevat en is hij aan het knoeien geslagen. Dat zou een averechtse uitwerking hebben indien serieus getwijfeld zou moeten worden - en niet met terugwerkende kracht - aan de bedoeling van verzoeker op het moment dat zijn brief van 10 mei 2001 op 11 mei bij de centrale informatiebalie van de gerechtelijke diensten van het arrondissement Arnhem binnenkwam. Die bedoeling is - gewoontegetrouw - omgezet in een akte cassatie. Dat lijkt mij ook terecht. Immers, dat Mr Spong, een bekend cassatieadvocaat, de cassatie "zal doen" betekent voor de gerechtelijke ingewijden dat de beoordeling of en zo ja welke cassatiemiddelen zullen worden geformuleerd, een activiteit van mr Spong zal zijn. Niet, dat mr Spong zelf beroep in cassatie zal komen instellen. Een dergelijke interpretatie van "Mr Spong zal u nader berichten" ligt mijns inziens niet voor de hand. Uit het meteen opmaken van een akte cassatie bij volmacht volgt reeds dat de instantie die de wens van justitiabelen tot het instellen van cassatieberoep registreert deze interpretatie ook niet tot de hare maakte. Welke veroordeelde weet nu dat het cassatieberoep wel, maar de cassatiemiddelen juist niet bij het veroordelend rechtscollege moeten worden ingediend? De latere knoeierijen geven wel te denken, maar dat is achteraf praten. Het gaat erom hoe de griffie de volmacht van 10 mei 2001 op 11 mei heeft opgevat. De beoordeling is dus 'ex tunc'.
9. Nu het geschilpunt allereerst de ontvankelijkheidsvraag betreft, gaat deze conclusie niet verder dan daarover een oordeel uit te spreken. Afhankelijk van het oordeel van de Hoge Raad zal het hof alsnog het arrest met de bewijsmiddelen hebben uit te werken, waarna eventueel aan de raadsman gevraagd kan worden of hij zijn cassatiemiddel handhaaft, waarna eventueel mijnerzijds aanvullend zal worden geconcludeerd.
10. Deze conclusie strekt tot ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG