ECLI:NL:PHR:2003:AF0225
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken dagvaarding en advocaat
Verzoeker was partij in een civiele procedure bij de kantonrechter en heeft tegen diens beslissing cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Uit de stukken blijkt echter niet tegen welke uitspraak het cassatieberoep is gericht, noch of het een dagvaardingsprocedure betreft of een beslissing op rekest. De Rechtbank weigerde het hoger beroep te behandelen omdat verzoeker niet door een procureur werd vertegenwoordigd. Het Gerechtshof wees de zaak terug naar de Rechtbank, die opnieuw weigerde de zaak in behandeling te nemen.
De Hoge Raad overweegt dat indien het cassatieberoep betrekking heeft op een dagvaardingsprocedure, het beroep bij dagvaarding had moeten worden ingesteld conform art. 407 lid 1 Rv Pro. De brief van verzoeker is geen dagvaarding. Indien het een beslissing op rekest betreft, had het verzoekschrift ondertekend moeten zijn door een advocaat bij de Hoge Raad conform art. 426a lid 1 Rv, wat niet het geval is.
Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van de formele vereisten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een dagvaarding of een door een advocaat ondertekend verzoekschrift.