ECLI:NL:PHR:2003:AF0221
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid Hoge Raad tot kennisneming van cassatieberoep tegen herzieningsbeslissing bestuursrechtelijke zaak
In deze zaak heeft de Hoge Raad zich gebogen over de vraag of hij bevoegd is kennis te nemen van een cassatieberoep tegen een beslissing van de rechtbank Dordrecht die een verzoek tot herziening op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft afgewezen.
De verzoeker, een voormalig medewerker van de Erasmus Universiteit Rotterdam, had tegen een besluit tot handhaving van zijn ontslag en ontslaguitkering bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, dat door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Vervolgens werd een herzieningsverzoek ingediend, dat door de rechtbank werd afgewezen omdat het niet om een nieuw feit ging.
De Hoge Raad overwoog dat beslissingen van rechtbanken die als administratieve rechter optreden, zoals hier het geval is, niet vatbaar zijn voor cassatieberoep bij de Hoge Raad op grond van artikel 78 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De uitzondering voor cassatieberoep bij wet is hier niet van toepassing. Ook de CRvB is volgens de wet de bevoegde beroepsinstantie, maar zij verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad concludeerde daarom dat hij niet bevoegd is kennis te nemen van het cassatieberoep en verklaarde het beroep onbevoegd. Daarmee wordt bevestigd dat tegen dergelijke herzieningsbeslissingen geen cassatieberoep openstaat bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het cassatieberoep tegen de herzieningsbeslissing.